Aan de Gemeenteraad van Leeuwarden
t.a.v. de leden van de Commissie Bestuur en Middelen
Zuiderzeelijn
-
Stadsontwikkeling en -beheer
Strategie & Bedrijfsvoering
(058) 233 8725 W. Kromhout
1
15 november 2006, verzonden:
Geachte Raad,
Bij brief van 28 april 2006 hebben wij de leden van de gemeenteraad geïnformeerd over onze standpuntbepaling Structuurvisie Zuiderzeelijn. In de vergadering van de Commissie Bestuur en Middelen van 12 juli 2006 heeft u gesproken over de standpuntbepaling. Wij hebben toegezegd u kort na de zomer nader te informeren over de stand van zaken en over de door rijk en regio uit te werken varianten. Die toezegging was gebaseerd op de voorgenomen besluitvorming van het Kabinet op 29 september 2006 over de Structuurvisie Zuiderzeelijn II. Zoals wellicht bekend heeft het Kabinet echter besloten om een dergelijk besluit over te laten aan een volgend Kabinet. Wel is kortgeleden de Structuurvisie II ter informatie aangeboden aan de Tweede Kamer.
Definitieve besluitvorming van een nieuw Kabinet over de Structuurvisie Zuiderzeelijn II zal dus op zijn vroegst in de loop van 2007 plaatsvinden. Een definitieve standpuntbepaling van de gemeente Leeuwarden is derhalve voorlopig dus niet aan de orde. Desalniettemin willen wij u graag informeren over de huidige stand van zaken en over ons voorlopig standpunt. Eerst gaan wij nog kort in op de voorgeschiedenis en de ontwikkelingen die hebben geleid tot de opstelling van een Structuurvisie II.
Voorgeschiedenis
De Zuiderzeelijn (ZZL) is een snelle verbinding tussen de Randstad (Noordvleugel) en Noord-Nederland en komt voort uit het Langmanakkoord (1998) tussen het Kabinet en de noordelijke provincies. Dat akkoord is opgesteld vanuit de constatering van de Commissie Langman dat het noorden economisch achterbleef in vergelijking tot de rest van Nederland. In 2001 heeft het Kabinet besloten tot het uitvoeren van een planstudie voor de ZZL en als bijdrage maximaal * 2,73 miljard gereserveerd.
Leeuwarden heeft zich aangesloten bij de noordelijke Stuurgroep vanuit de wens om zo goed mogelijk aangesloten te worden op de ZZL. Daartoe is een bedrag van * 10 mln gereserveerd voor de Magneetzweefbaanvariant (MZB) alsmede een bedrag van * 1 mln voor onvoorziene risico's.
Naar aanleiding van de rapportage van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur (TCI; Commissie Duijvestein) heeft het Kabinet in maart 2005 besloten om opnieuw de nut en noodzaak van de ZZL te onderzoeken. Dit door middel van een zogenaamde Structuurvisie.
Dit voorjaar heeft het Kabinet een voorlopig standpunt ingenomen over de Structuurvisie: "Nut en noodzaak van de verbinding is niet aangetoond".
De Stuurgroep ZZL heeft haar teleurstelling uitgesproken over het standpunt van het Kabinet over de ZZL. De Stuurgroep kiest voor een nieuwe variant: de Hogesnelheidstrein (HST).
De door het rijk ingezette koerswijziging (dat wil zeggen afstand nemen van de MZB-variant) is aldus door de Stuurgroep beantwoord met de HST-variant.
In het hoofdlijnendebat (1 juni 2006) van de Kamer met Minister Peijs, is vanuit de Kamer aangedrongen op een verdere uitwerking van de HST-variant én een uitwerking van een alternatief pakket. De Kamer wenste in oktober 2006 nader geïnformeerd te worden over de uitkomsten van de verkenning.
Eind juni 2006 zou het Kabinet een definitief standpunt innemen over de Structuurvisie. Als gevolg van de Kameruitspraak op 1 juni jl. is die besluitvorming uitgesteld tot 29 september 2006. Als gevolg van de kabinetscrisis en vorming van het nieuwe kabinet Balkenende III, volgde opnieuw uitstel tot 13 oktober jl. Uiteindelijk is zoals reeds aangegeven de besluitvorming doorgeschoven naar het volgend Kabinet.
De varianten
In samenwerking tussen rijk en regio is een nadere uitwerking gemaakt van de HST-variant en van een zogenoemd Regiospecifiek Pakket. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in de Structuurvisie Zuiderzeelijn II. Een exemplaar daarvan hebben wij voor u ter inzage gelegd. In de bijgevoegde brief (incl. bijlage) van de voorzitter van de regionale Stuurgroep aan ons college, worden de varianten verder toegelicht en worden de conclusies van de Stuurgroep weergegeven.
Voorlopige standpuntbepaling
De Stuurgroep handhaaft haar inzet op de HST-3. Wij hebben u eerder (bij brief van 8 mei 2006) gemeld dat wij voorwaardelijk akkoord zijn met die inzet.
"Voorwaardelijk" omdat wij van mening zijn dat in ieder geval een nieuwe financiële afweging gemaakt moet worden door college en raad. Ook hebben wij aangegeven open te staan voor een verdere uitwerking en bespreking van een alternatief investeringspakket. Nadrukkelijk merken wij op dat geen enkele toezegging is gedaan over de inzet van de MZB-reservering van Leeuwarden voor de HST-variant. De voetnoot op bladzijde 7 van de bijlage lijkt hiermee in tegenspraak. Ons is inmiddels bevestigd dat deze passage zo gelezen moet worden dat afgesproken is om de reserveringen voorlopig te handhaven en om de middelen die binnen de begroting van de projectorganisatie zijn gereserveerd voor de MZB, in te zetten voor de uitwerking van de HST-variant.
Wij vinden het van belang dat vanuit de Stuurgroep een eenduidig en gedragen standpunt wordt afgegeven, teneinde de verdere besprekingen met het rijk gezamenlijk en stevig in te gaan.
De HST-3 variant achten wij voor Leeuwarden aantrekkelijk gezien de directe aansluiting van Leeuwarden (boog bij Heerenveen), het terugbrengen van de reistijd Leeuwarden-Schiphol tot maximaal 90 minuten en realisering van het station Werpsterhoek.
Binnen de regionale bereikbaarheidsmaatregelen komt de bereikbaarheid van Leeuwarden goed naar voren. Deze variant is voor Leeuwarden interessant omdat het gaat om investeringen in projecten die voor ons een hoge prioriteit hebben: westelijke invalsweg en Drachtstercomplex.
De resultaten van de u bekende netwerkanalyse Leeuwarden-Westergo-A7 zijn betrokken bij de uitwerking van het regionaal bereikbaarheidspakket.
De ruimtelijk-economische maatregelen zijn als voorbeeldprojecten gepresenteerd. Deze variant is nog weinig concreet; de vraag is of goede en stevige projecten aangedragen kunnen worden. Co-financiering door de gemeente Leeuwarden zal voor maatregelen uit dit pakket ook een stuk lastiger zijn dan bij de bereikbaarheidsvariant.
Wij zullen op korte termijn in overleg met het Ministerie van Economische Zaken trachten te komen tot een verscherping voor Leeuwarden van een eventueel transitiepakket.
Voor een definitief standpunt is eerst meer zicht nodig op de door het rijk beschikbaar te stellen middelen, de budgetten waaruit deze middelen afkomstig zijn, de gevraagde co-financiering en de voorgestelde projecten vanuit een eventueel regiospecifiek pakket. Die duidelijkheid zal "pas" in de volgende kabinetsperiode geboden worden.
Wij stellen dan ook voor om in de loop van 2007 verder met u van gedachten te wisselen over het standpunt van de gemeente Leeuwarden.
burgemeester en wethouders van Leeuwarden,
burgemeester,
secretaris,
Blad